Christenen in de greep van het nationalisme?

U bent hier://Christenen in de greep van het nationalisme?

Christenen in de greep van het nationalisme?

Steun van christenen voor de terugkeer van het Joodse volk naar het land van hun voorvaderen is er altijd geweest. Maar na de Zesdaagse Oorlog nam deze steun vaak vormen aan, die niet in het belang hoeven te zijn van Israël of de Arabische wereld. Is er een alternatief?

Auteur Alfred Muller: “Naar aanleiding van dit artikel kwamen verschillende reactie bij de Near East Ministry binnen. Die waren zowel positief als negatief. Duidelijk is, dat er behoefte bestaat om verder in te gaan op het thema christen-zionisme. Daarom wijden we onze Inspiratiedag aan dit onderwerp. Je bent daarvoor van harte uitgenodigd.”

Theodor Herzl begreep dat hij de steun van christenen nodig had voor de oprichting van een Joodse staat. Daarom nodigde de grondlegger van het politieke zionisme christenen uit het Eerste Zionistisch Congres in 1897 in Basel bij te wonen. Een van hen was de Duits-Britse predikant William Hechler (1845-1930). Hij was een persoonlijke vriend van Herzl.

Christenen hadden en hebben verschillende redenen om de terugkeer van het Joodse volk te steunen. Voor Hechler speelden de humanitaire redenen een belangrijke rol. Hij zag, net als Herzl, dat de Joden gevaar liepen door het antisemitisme in Europa. Ze moesten weg, dachten ze. In een eigen staat zouden ze veilig zijn. Hij geloofde dat de Joden terug zouden keren naar het land van hun voorvaderen.

Voor het proces van terugkeer bestond onder puriteinen in Engeland en de piëtisten in Duitsland al steun. Zij lazen in de Bijbel en wisten dus van de terugkeer van het Joodse volk naar het Beloofde Land. Zij vroegen zich af hoe de profetieën vervuld zouden worden. Het geloof verspreidde zich dat de Joden terug zouden keren naar het land van hun voorouders en dat ze in de Messias zouden gaan geloven.

Herzl en Hechler maakten de vervulling van hun droom niet meer mee. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de oprichting van de Joodse staat een feit. Op 29 november 1947 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie aan die Palestina verdeelde in een Joodse en Arabische staat en op 14 mei 1948 riep David Ben Gurion die Joodse staat uit.

Westerse kerken  

Na die tijd zouden er zich belangrijke veranderingen voordoen. Door de Shoah en door de oprichting van de Joodse staat ontstond er in tal van Westerse kerken een heroriëntatie op het Joodse volk. Zo verklaarde de Lutherse Wereldfederatie in 1984 dat, hoewel Lutheranen hun naam hebben te danken aan Martin Luther, ze nooit de weerzinwekkende anti-Joodse geschriften van de hervormer goed kunnen praten. De verschillen in uitleg van de Hebreeuwse Bijbel mogen nooit leiden tot “anti-Judaïsme, en zeker niet tot antisemitisme.”

De PKN spreekt in haar kerkorde over “haar onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël.” Vele christenen zijn zich bewust geworden van de Joodse wortels van het christelijk geloof en ze zijn deze gaan bestuderen. Ze beseffen dat de Bijbel niet te begrijpen is zonder kennis van het Jodendom. Christenen begonnen zich verbonden te voelen met het volk is, en met de staat Israël, het thuisland van de meeste Joden.

Na 1967 

Maar er deden zich ook politieke omwentelingen voor. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 veroverde Israël de Westelijke Jordaanoever, ook wel Judea en Samaria genoemd. In Israël dachten nationaal-religieuze Joodse groepen als de Gush Emunim het begin te zien van de geula (de verlossing). De terugkeer van Oost-Jeruzalem in de handen van het Joodse volk, met de Tempelberg en de Westelijke Jordaanoever, zouden belangrijke tekenen zijn van de komst van het Messiaanse tijdperk. Uit dit denken vloeide het religieus geïnspireerde nationalisme voort.

Het is belangrijk te realiseren dat het nationalisme twee vormen kent. De eerste vorm is het patriotisme of de gezonde vaderlandsliefde. Daarbij gaat het om gezonde liefde voor eigen nationale identiteit, land en cultuur. Deze milde vorm zoekt goede relaties met andere volken.

De tweede vorm is radicaal. Daarbij gaat het om verering van eigen natie. Dat verschijnsel gaat gepaard met een negatieve houding tegenover minderheden en een zich superieur voelen boven andere volken. Dit radicale nationalisme bloeit vooral in gebieden waar een conflict bestaat met een ander volk. De laatste jaren zien we in diverse landen op de wereld een heropleving van deze vorm van nationalisme. Het gevaar van dit radicale nationalisme is in de afgelopen eeuwen duidelijk gebleken. Het heeft geleid tot oorlogen, miljoenen doden en de ondergang van staten.

Het radicale religieuze nationalisme week af van de hoofdstroom van het zionisme. Leiders als David Ben Gurion stonden altijd open voor een vergelijk met de Palestijnse Arabieren. Dat bleek bijvoorbeeld in november 1947, toen zij de verdeling van Palestina in een Joodse en Arabische staat accepteerden. Bij de religieuze nationalisten is dat niet het geval. Zij vinden dat Judea en Samaria altijd in handen van de Joden moet blijven.

Aanvankelijk vormde het radicale nationalisme slechts een zijstroom in Israëls politiek. Maar de religieuze nationalisten zijn vandaag, samen met de seculiere nationalisten, in Israël sterk genoeg om bijvoorbeeld een vredesregeling met de Palestijnen gebaseerd op een tweestatenoplossing, te voorkomen.

Welwillend oor 

Religieuze nationalisten vinden dikwijls een welwillend oor bij vele christenzionisten. Die geloven vaak ook dat er geen Palestijnse staat op de Westoever mag komen. Christenzionisten hebben vaak politieke ideeën die overeenkomen met die van de aanhangers van de meest rechtse politieke partijen in Israël.

Telkens weer blijkt dat de greep van het overdreven nationalisme op vele christenzionisten heel groot is. Laat me hier vier voorbeelden geven:

Een: vele pro-Israël christenen op de sociale media uiten voortdurend politieke ideeën die naadloos aansluiten bij de denkbeelden van de Likud en het Joodse Huis. Of erger. Enkele maanden geleden zag ik dat christenen geschriften verspreiden van rabbijn Meir Kahane. Zijn Kach partij werd in Israël verboden vanwege het propageren van racisme. Christenzionisten op de sociale media negeren de ideeën van kritische Israëliërs, als ze al weet hebben van het bestaan daarvan.

Twee: Ze citeren slechts Bijbelteksten die een maximalistische positie lijken te onderschrijven. Judea en Samaria horen bij Israël, en mogelijk ook nog een paar flinke happen van de Arabische wereld. Maar wie de Bijbel serieus bestudeert, zal zien dat de grenzen niet altijd dezelfde waren. Delen die in de ene periode wel bij het land hoorden, hoorden er in andere tijden niet bij. De Bijbel duidt op flexibiliteit, het nationalisme is rigoureus als het om land gaat. Over de voorwaarden die God stelt aan het gebruik van land hoeven we bij de christenzionisten helemaal niet aan te komen.

Drie: Organisatoren van pro-Israël reizen geven ruimschoots aandacht aan het bezoeken van Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Een bezoek bijvoorbeeld aan het evangelische Bethlehem Bijbelcollege staat niet op het programma. De kans is namelijk dat ze daar theologische en politieke meningen horen die afwijken van wat de reisleiders de bezoekers in willen prenten. De relaties met rechtse Israëliërs zijn belangrijker dan die met hun broeders en zusters, medeleden van het lichaam van Christus. En zo gaan ze met een zwartwit beeld weer naar huis. Een beeld dat afwijkt van de complexe en gevarieerde, en ja, verwarrende werkelijkheid.

Vier: Tijdens conferenties voor christenen in het najaar van 2017 van de Christian Allies Caucus in de Knesset (een groep parlementariërs die zich inspannen voor goede relaties met de christelijke wereld) en de Christian Media Summit waren de meeste Israëlische sprekers voorstander van annexatie van de Westelijke Jordaanoever.

Waarschuwend geluid

Dat deze houding niet in het belang is van de Palestijnen, is duidelijk. Maar ze hoeft ook helemaal niet in het belang van Israël te zijn. Israëlische intellectuelen en schrijvers, zoals Amos Oz, laten al jaren een waarschuwend geluid horen. De reden is simpel: als Israël miljoenen Palestijnen binnen de grenzen krijgt, verandert Israël van Joodse staat in een Joods-islamitische staat. Bovendien vinden ze dat Joden niet over een ander volk moeten heersen.

Ruim 200 vroegere topofficieren in het leger en hooggeplaatste functionarissen bij de Mossad, de veiligheidsdienst en de politie, die zich hebben verenigd in de organisatie Commandanten voor Israëls veiligheid, zeggen dat Israël Palestijnen hoop moet bieden. “De situatie wordt steeds slechter”, zei (reservist) generaal-majoor Amnon Reshef, voorzitter van de groep op een persconferentie. De groep accepteert in principe het Arabische vredesinitiatief als basis voor onderhandelingen. Dit initiatief houdt in dat er naast Israël een Palestijnse staat komt, dat er een regeling voor Jeruzalem en de Palestijnse vluchtelingen wordt getroffen en dat de Arabische landen Israël erkennen.

Ook lopen christenen gevaar het christelijk getuigenis op het spel te zetten. Een radicale politieke houding valt niet overal goed. Toen ongeveer 20 jaar geleden pro – Israël christenen protesteerden tegen het feit dat Israël Palestijnen op de Westoever autonomie gaf, heb ik van Joodse zijde verschillende keren de vraag gehad: “Waarom haten de evangelische christenen de Palestijnen zo? Moeten zij niet iedereen liefhebben?”

Andere houding 

Is er een andere houding mogelijk? Een houding die constructief is naar Israël én de Arabische wereld toe en die past bij het Evangelie? Gelukkig wel, al is het moeilijk omdat dat vaak zwemmen tegen de stroom op betekent. Niet voor niets zijn christenen, christelijke organisaties en kerken in Israël en daarbuiten met liefde en visie voor beide partijen een uitzondering.

Ook Near East Ministry wil tot die groep behoren. Deze organisatie onderschrijft het verbond dat God met Abraham sloot en de beloften die Hij gaf aan zijn volk, maar vergeet ook de beloften voor het nageslacht van Ishmaël niet. Het gaat om een visie voor Israël en de volken. Oog voor Israël én de Arabische wereld. Het nationalisme dwingt partij te kiezen, maar de Bijbel echter dringt erop aan iedereen lief te hebben.

Tekst: Alfred Muller

By | 2018-02-10T14:22:11+00:00 februari 9th, 2018|Overig|0 Comments