30 november 2015

Reveil, Israël en ik
Otto de Bruijne
De redactie van het NEMagazine vroeg mij iets te schrijven over mijn relatie met de NEM…terugblikkend op bijna een halve eeuw. Zomer 1967, ik was 18 jaar. Samen met Renée waren wij een week op conferentieoord Woudschoten in Zeist voor de tweede zomerweek van het Interkerkelijk Reveil, de Reveilweek. Met o.a. ‘tante’ Corrie ten Boom, ds. Dick van Keulen en Rev. Jan Willem van der Hoeven. Alles wat ik me kan herinneren was de indringende aanwezigheid van deze drie heiligen, de vriendelijke mensen en de Grote Vraag: wil ik mij overgeven aan Jezus?! Niet overgeven aan of kiezen voor Israël, of de Joodse feesten vieren, of meer begrip van de Thora…nee: Reveil was – en is! – onvoorwaardelijke overgave aan Jezus en groeien in het werk van de Heilige Geest. De Reveilweken zijn een geestelijke appèl. Wakker worden! Tot God zeggen: Hineni, hier ben ik. Maar Reveil bleek ook het deurtje naar Israël. Geen wonder, want je wordt wakker in Gods Verlangen. Later begreep ik dat de Reveilweken daarom zelfs begonnen waren: ‘Nederland indien opgewekt zal een zegen voor Israël zijn’, zo stond het omschreven.
In de derde Reveilweek, in 1968, ging ik op mijn knieën en heb ik Gods directe aanraking mogen ervaren. De belangrijkste dag van mijn leven: onuitsprekelijke vreugde en vrede met God. Gevonden door God begon de grootste zoektocht van mijn leven: Hoe mag ik Hem dienen?

Ruim twintig jaar later vroeg Herman Goudswaard mij op een Reveilweek in De Bron in Dalfsen te spreken. Kun je je voorstellen: spreker zijn? Op het podium…waarom? Snotneus. Maar ik wist: alleen om dit, Reveil! Een onderwerp kreeg je in die tijd niet: Spreek wat de Geest je gegeven heeft. In mijn geval was dat nauwelijks expliciet verbonden met Israël, maar altijd met de uitnodiging tot volkomen toewijding aan Jezus. Reveil! Opwekking! Wakker worden! Hineni!
Maar Thora-doen, leren van de Synagoge, liefde voor Gods volk en het land Israël speelde wel door de Reveilweken heen. Toen minder, nu veel meer. Ik stond open voor alles wat de Bijbel leert: Israël is in Gods Vaderhart…ik ben daar ook, dus 1 en 1 is 1!

En nog iets: ik kwam uit een gereformeerd nest waar de vervangingstheologie onuitgesproken heerste, maar … wie Israël vervangen wil moet de Thora wel ernstig nemen. En dat deden ze, de Gereformeerden! De wet werd gelezen, recht en gerechtigheid, barmhartigheid, de cultuuropdracht en het rentmeesterschap, ja, deze kerk nam het Oude Testament serieus! Sterker: De Staat Israël werd gezien als een wonder Gods, mijn vader hielp in de oorlog Joden onderduiken, nam ons mee naar de Portugese synagoge in Amsterdam. Eenmaal overtuigd van de doop op belijdenis – en dat de kinderdoop die verbonden werd aan de besnijdenis een symbool is van de vervangingsleer – kwam ik in evangelische groepen tot geestelijke groei. Maar de Thora, de wet, werd daar niet gelezen, politiek en cultuur, diaconaat en sociale ethiek stonden op afstand. Het ging daar om privégeloof, ervaring en gevoel…hoe ver stonden we af van Thora-doen… een spanning die ook nu nog aanwezig is. Dus die foute vervangingsleer van de traditionele kerken had toch een verborgen vrucht: Thora lezen en doen, openheid voor de synagoge, vrijheid en rechten voor Joden. En nog iets: Joodse denkers en schrijvers hebben juist wel wat met het protestantisme van de puriteinen, de juridische Calvijn, het centraal stellen van de Schrift, de nadruk op leer en leven. Mag ik het scherp stellen, in de geest van Yeshua HaMashiach en Paulus: al zou u de grootste liefde hebben voor Israël en de hemel bestormen voor de vrede van Jeruzalem, maar u zou geen Thora doen…’Ik heb u niet gekend’…of: ‘u bent schallend koper.’

Terug naar mijn groeiende belangstelling voor Thora en Israël. Mijn roeping om de hulporganisatie TEAR te dienen heb ik samen met Jan van Barneveld, de eerste directeur van TEAR, gedaan vanuit het serieus nemen van de Thora, de profeten van het Eerste Testament, de Bergrede van Jezus, vragen rond recht en gerechtigheid en de verhoudingen tussen rijk en arm. Het ging daarbij niet om liefdadigheid maar om gerechtigheid. Jan leerde mij dat God de volken weegt naar aanleiding van vier vragen: 1. Hoe staat het met de persoonlijke moraal van de mensen?; 2. Hoe staat het met de publieke sociale gerechtigheid?; 3. Hoe staat het met de vrijheid voor kerk, evangelisatie en zending?; 4. Hoe staat het met de politieke en maatschappelijke houding ten opzichte van Israël? Toen ik later voor TEAR in Afrika werkte zag ik veel van de Thora in actie in de traditionele agrarische gemeenschappen en werden wij geïnspireerd om een verband te leggen tussen Thora en de moderne economie en samenleving. En interessant: Afrikanen werden in een soort undercover programma van de staat Israël uitgenodigd om stage te lopen in Israël om irrigatietechnieken en agricultuur in droge gebieden te leren. Dat moest undercover omdat de Islamitische landen van Afrika de andere Afrikaanse landen gedwongen hadden hun banden met Israël te verbreken, en in ruil daarvoor zouden de Islamitische landen de strijd tegen de Apartheidspolitiek van Zuid Afrika steunen. Wat ze bij mijn weten nooit gedaan hebben…

TEAR en de NEM inspireerden elkaar op verschillende manieren: Herman Goudswaard ging het NEM-werk deels ook als ontwikkelingswerk formuleren. Helpen in Egypte en Jordanië en ook in Israël heeft toch alles te maken met ontwikkeling? De NEM nam het idee van TEAR over om plaatselijke en regionale werkgroepen op te zetten. Het derde spoor waarin wij elkaar vonden was het profetisch verstaan van ons collectief geweten tegenover de Joden èn de armen en wij zagen een verband met de belabberde geestelijke gesteldheid van ons land. God vergeef! Kyrie Eleison! Is het niet dezelfde hoogmoed en hetzelfde machtsmisbruik van onze Europese landen die de slavenhandel, het overheersen van vreemde volkeren en de onderdrukking van het Joodse volk ten gevolge hadden? Natuurlijk verschillen deze dingen principieel: de haat tegen het Joodse volk is anders dan de onderdrukking van slaven en overheersing van koloniën…maar het geestelijk faillissement van Europa heeft wel met de kern te maken: het veronachtzamen van Thora, het verlaten van de Eeuwige, de hoogmoed. Wij moeten als christenen – als deel van het volk – samen op de knieën opdat God genade kan geven aan ons volk en de kerken. Ik organiseerde samen met anderen de interkerkelijke Inkeer en Omkeer diensten in Utrecht. Diezelfde lijn volgde ook Herman Goudswaard, de NEM: interkerkelijke verootmoediging als deel van het volk. Dat alles leidde in 1999 tot twee grote verootmoedigingsdiensten in de Utrechtse Domkerk: in september tijdens het Loofhuttenfeest specifiek in relatie met Israël en eind november verbreed van Israël naar de samenleving.
Verder werd ik werd door Evert van de Poll, eind zeventiger begin tachtiger jaren, betrokken bij het door de NEM uitgegeven maandblad Reveil (een kritisch geluid), de Levensscholen (honderden christenen die regelmatig in huiskringen bij elkaar kwamen) en de Kruispuntscholen (een maand op de NEM om te zoeken naar Gods wil in je leven). Initiatieven die de NEM, naast de Reveilweken en het uitzenden van werkers in het Midden-Oosten, ontwikkelde.

In de negentiger jaren, na mijn tijd bij TEAR en Afrika, werd de NEM voor mij een instrument om de verbondenheid met Israël praktisch handen en voeten te geven. Bijna elke Reveilweek sprak ik, de betrokkenheid groeide, ook met het kantoor. Renée en ik leidden een gebedsreis naar Egypte, Jordanië en Israël. Wij zijn deel van een studiegroep en Renée helpt in een commissie. Wij nemen deel aan de Leesgroep waar iedere maand een boek besproken wordt dat te maken heeft met de thema’s van de NEM.

De NEM is voor mij door God gebruikt om mij tot inkeer en omkeer te brengen in de Reveilweek. Maar daarna waren er diverse stadia van geestelijke groei – melk, dan karnemelk, yoghurt, jonge kaas naar extra belegen kaas…enfin in die ‘kaasfase’ zit het diepere en volwassen deel van mijn geestelijke groei en dat heeft te maken met Thora doen, het verstaan van Gods doel met Israël en de liefde voor onze oudere broer.

De unieke plek van de NEM te midden van de vele organisaties die zich met Israël bezighouden, is de koppeling tussen geestelijk ontwaken, Reveil, en de dienst aan Israël en het Midden Oosten. Ook uniek is de keuze om het werk te funderen in de Heerbaanprofetie in Jesaja 19, de weg van Egypte naar Syrië met Israël in het midden. Uniek is ook dat de NEM haar werkmotto gekozen heeft in de woorden: ontmoeten, bidden, leren en dienen. Ik herken hierin de weg van Jezus de Messias.

Dit artikel is verschenen in het NEMagazine van november 2015. Wil je ook het NEMagazine circa 4x per jaar (gratis) thuis ontvangen? Stuur dan een mail naar info@nemnieuws met je naw gegevens of meld je hier online aan.